| Onderzochte bedrijven | Aandeel |
|---|---|
| Voedings-, genotmiddelenindustrie | 86% |
| Vergelijkingsgroep CBS | 84% |
| Horeca | 86% |
| Gespecialiseerde bouw | 74% |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 96% |
CBS-onderzoek ICT-gebruik bij bedrijven, verslagjaar 2025, onder bedrijven met 10 of meer werkzame personen. De uitkomsten voor 2025 zijn voorlopig. Bedrijfstak 307610, indicator SocialeMediaGebruikt_24.
Welke functies sluiten aan op sociale media als publicatiekanaal?
Binnen Voedings-, genotmiddelenindustrie is ‘Sociale media gebruikt’ gemeten op 86 procent. Daar liggen twee andere toepassingen bij in de buurt: publiceren op sociale netwerken op 85 procent en een bruikbare eigen website op 91 procent. Aan de andere kant van de vergelijking staat spraakherkenning bij interviews op 5 procent. Tussen dat laatste percentage en 86 procent zitten 81 procentpunt. Voor sociale media als publicatiekanaal volgt daar een inhoudelijke keuze uit. Welke van die toepassingen raakt daadwerkelijk de ervaring van een bezoeker die via een bericht voor het eerst van een formule hoort?
De plaats van Voedings-, genotmiddelenindustrie tussen andere bedrijven
De vergelijking van Voedings-, genotmiddelenindustrie voor ‘Sociale media gebruikt’ bestrijkt 51 branchecategorieën met een gepubliceerde uitkomst. Bij Groothandel en handelsbemiddeling staat 85 procent en bij Horeca 86 procent. De eerstvolgende hogere meetwaarde is 87 procent bij Elektrotechn. en machine-industrie. Direct onder 86 procent staat 85 procent bij Groothandel en handelsbemiddeling. Een afgerond gelijk percentage komt voor bij Horeca, Juridisch en managementadvies. Bedrijfstakken kunnen elkaar gedeeltelijk omvatten; dit is een overzicht van gerapporteerde categorieën, geen optelsom van verschillende bedrijven.
Afstanden tot het bedrijfstaktotaal
Kijk nu naar de positie van Voedings-, genotmiddelenindustrie tegenover het bedrijfstaktotaal. Voor online solliciteren bedraagt het verschil -14 procentpunt (53 procent tegenover 67 procent). Bij een bestelling kunnen volgen staan juist 9 procent en 10 procent dicht bij elkaar. Voor sociale media als publicatiekanaal is het verschil +2 procentpunt. Als een opdrachtgever uit Voedings-, genotmiddelenindustrie al werkt met publiceren op sociale netwerken, vraag dan bij de intake hoe ‘Sociale media gebruikt’ daar in de praktijk op zou aansluiten.
Een concrete studioproef voor Voedings-, genotmiddelenindustrie
Een mogelijke proefopdracht voor Voedings-, genotmiddelenindustrie begint met een batchlabel op een doos. De hoofdpersoon in de briefing is een afnemer die de verpakking bij de juiste productvariant wil leggen. Voor sociale media als publicatiekanaal krijgt de maker een tweeluik: eerst het label naast de betreffende grondstof of verpakking, daarna een tweede gelijkend etiket met het onderscheid uitgelicht. Dat is een fictieve productiesituatie, uitgewerkt om een bezoeker die via een bericht voor het eerst van een formule hoort concreet te maken. Kan een proeflezer aan het tweede beeld aanwijzen wat in het eerste beeld nog onduidelijk was?
Leg de uitkomst naast de eigenlijke taak: maak een briefing waarin het bericht één concrete vraag beantwoordt. Als de tester bij een batchlabel op een doos blijft hangen door een bericht dat om contact vraagt voordat het aanbod begrijpelijk is, is dat een aanwijzing voor een aanpassing van de productie. Het aandeel van 86 procent voor sociale media gebruikt in Voedings-, genotmiddelenindustrie blijft daarbij een afzonderlijke branchemeting. Laat een afnemer die de verpakking bij de juiste productvariant wil leggen in de testvariant eerst het label naast de betreffende grondstof of verpakking aanwijzen voordat je besluit meer materiaal te maken over publiceren op sociale netwerken.




