| Onderzochte bedrijven | Aandeel |
|---|---|
| Bouwnijverheid | 77% |
| Vergelijkingsgroep CBS | 84% |
| Elektrische en elektron. Industrie | 77% |
| Gespecialiseerde bouw | 74% |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 96% |
CBS-onderzoek ICT-gebruik bij bedrijven, verslagjaar 2025, onder bedrijven met 10 of meer werkzame personen. De uitkomsten voor 2025 zijn voorlopig. Bedrijfstak 350000, indicator SocialeMediaGebruikt_24.
Welke functies sluiten aan op sociale media als publicatiekanaal?
Binnen Bouwnijverheid is ‘Sociale media gebruikt’ gemeten op 77 procent. Daar liggen twee andere toepassingen bij in de buurt: publiceren op sociale netwerken op 77 procent en productbeschrijvingen en prijslijsten op 70 procent. Aan de andere kant van de vergelijking staat een website met platformfunctie op 2 procent. Tussen dat laatste percentage en 77 procent zitten 75 procentpunt. Voor sociale media als publicatiekanaal volgt daar een inhoudelijke keuze uit. Welke van die toepassingen raakt daadwerkelijk de ervaring van een bezoeker die via een bericht voor het eerst van een formule hoort?
De plaats van Bouwnijverheid tussen andere bedrijven
De vergelijking van Bouwnijverheid voor ‘Sociale media gebruikt’ bestrijkt 51 branchecategorieën met een gepubliceerde uitkomst. Bij Horeca staat 86 procent en bij Elektrische en elektron. Industrie 77 procent. De eerstvolgende hogere meetwaarde is 78 procent bij Banken. Direct onder 77 procent staat 75 procent bij Uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling. Een afgerond gelijk percentage komt voor bij Elektrische en elektron. Industrie, Overige zakelijke dienstverlening. Bedrijfstakken kunnen elkaar gedeeltelijk omvatten; dit is een overzicht van gerapporteerde categorieën, geen optelsom van verschillende bedrijven.
Afstanden tot het bedrijfstaktotaal
Kijk nu naar de positie van Bouwnijverheid tegenover het bedrijfstaktotaal. Voor een meertalige website bedraagt het verschil -24 procentpunt (12 procent tegenover 36 procent). Bij een bruikbare eigen website staan juist 92 procent en 92 procent dicht bij elkaar. Voor sociale media als publicatiekanaal is het verschil -7 procentpunt. Als een opdrachtgever uit Bouwnijverheid al werkt met publiceren op sociale netwerken, vraag dan bij de intake hoe ‘Sociale media gebruikt’ daar in de praktijk op zou aansluiten.
Een concrete studioproef voor Bouwnijverheid
Een mogelijke proefopdracht voor Bouwnijverheid begint met de aansluiting van een nieuw kozijn. De hoofdpersoon in de briefing is een bewoner die wil weten wat tijdens de montage open blijft. Voor sociale media als publicatiekanaal krijgt de maker een tweeluik: eerst een doorsnede waarop oud en nieuw herkenbaar zijn, daarna het afgewerkte kozijn vanaf dezelfde plek. Dat is een fictieve productiesituatie, uitgewerkt om een bezoeker die via een bericht voor het eerst van een formule hoort concreet te maken. Kan een proeflezer aan het tweede beeld aanwijzen wat in het eerste beeld nog onduidelijk was?
Leg de uitkomst naast de eigenlijke taak: maak een briefing waarin het bericht één concrete vraag beantwoordt. Als de tester bij de aansluiting van een nieuw kozijn blijft hangen door een bericht dat om contact vraagt voordat het aanbod begrijpelijk is, is dat een aanwijzing voor een aanpassing van de productie. Het aandeel van 77 procent voor sociale media gebruikt in Bouwnijverheid blijft daarbij een afzonderlijke branchemeting. Laat een bewoner die wil weten wat tijdens de montage open blijft in de testvariant eerst een doorsnede waarop oud en nieuw herkenbaar zijn aanwijzen voordat je besluit meer materiaal te maken over publiceren op sociale netwerken.




