| Onderzochte bedrijven | Aandeel |
|---|---|
| Gezondheids- en welzijnszorg | 81% |
| Vergelijkingsgroep CBS | 84% |
| Detailhandel (niet in auto's) | 82% |
| Gespecialiseerde bouw | 74% |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 96% |
CBS-onderzoek ICT-gebruik bij bedrijven, verslagjaar 2025, onder bedrijven met 10 of meer werkzame personen. De uitkomsten voor 2025 zijn voorlopig. Bedrijfstak 422400, indicator SocialeMediaGebruikt_24.
Welke functies sluiten aan op sociale media als publicatiekanaal?
Binnen Gezondheids- en welzijnszorg is ‘Sociale media gebruikt’ gemeten op 81 procent. Daar liggen twee andere toepassingen bij in de buurt: publiceren op sociale netwerken op 80 procent en productbeschrijvingen en prijslijsten op 83 procent. Aan de andere kant van de vergelijking staat een product online aanpassen op 2 procent. Tussen dat laatste percentage en 81 procent zitten 79 procentpunt. Voor sociale media als publicatiekanaal volgt daar een inhoudelijke keuze uit. Welke van die toepassingen raakt daadwerkelijk de ervaring van een bezoeker die via een bericht voor het eerst van een formule hoort?
De plaats van Gezondheids- en welzijnszorg tussen andere bedrijven
De vergelijking van Gezondheids- en welzijnszorg voor ‘Sociale media gebruikt’ bestrijkt 51 branchecategorieën met een gepubliceerde uitkomst. Bij Horeca staat 86 procent en bij Detailhandel (niet in auto's) 82 procent. De eerstvolgende hogere meetwaarde is 82 procent bij Detailhandel (niet in auto's). Direct onder 81 procent staat 79 procent bij Kunststof- en bouwmateriaalindustr. Voor Gezondheids- en welzijnszorg blijkt 81 procent binnen deze vergelijking een afzonderlijke meetwaarde. Bedrijfstakken kunnen elkaar gedeeltelijk omvatten; dit is een overzicht van gerapporteerde categorieën, geen optelsom van verschillende bedrijven.
Afstanden tot het bedrijfstaktotaal
Kijk nu naar de positie van Gezondheids- en welzijnszorg tegenover het bedrijfstaktotaal. Voor een meertalige website bedraagt het verschil -18 procentpunt (18 procent tegenover 36 procent). Bij beeld en video delen staan juist 46 procent en 47 procent dicht bij elkaar. Voor sociale media als publicatiekanaal is het verschil -3 procentpunt. Als een opdrachtgever uit Gezondheids- en welzijnszorg al werkt met publiceren op sociale netwerken, vraag dan bij de intake hoe ‘Sociale media gebruikt’ daar in de praktijk op zou aansluiten.
Een concrete studioproef voor Gezondheids- en welzijnszorg
Een mogelijke proefopdracht voor Gezondheids- en welzijnszorg begint met een demonstratie van de aanmeldprocedure. De hoofdpersoon in de briefing is een bezoeker die de juiste ingang en balie zoekt. Voor sociale media als publicatiekanaal krijgt de maker een tweeluik: eerst het zicht vanaf een laag standpunt bij de ingang, daarna een duidelijk herkenbaar aanspreekpunt zonder cliënt in beeld. Dat is een fictieve productiesituatie, uitgewerkt om een bezoeker die via een bericht voor het eerst van een formule hoort concreet te maken. Kan een proeflezer aan het tweede beeld aanwijzen wat in het eerste beeld nog onduidelijk was?
Leg de uitkomst naast de eigenlijke taak: maak een briefing waarin het bericht één concrete vraag beantwoordt. Als de tester bij een demonstratie van de aanmeldprocedure blijft hangen door een bericht dat om contact vraagt voordat het aanbod begrijpelijk is, is dat een aanwijzing voor een aanpassing van de productie. Het aandeel van 81 procent voor sociale media gebruikt in Gezondheids- en welzijnszorg blijft daarbij een afzonderlijke branchemeting. Laat een bezoeker die de juiste ingang en balie zoekt in de testvariant eerst het zicht vanaf een laag standpunt bij de ingang aanwijzen voordat je besluit meer materiaal te maken over publiceren op sociale netwerken.



