| Onderzochte bedrijven | Aandeel |
|---|---|
| Informatie en communicatie | 51% |
| Vergelijkingsgroep CBS | 16% |
| IT- en informatiedienstverlening | 53% |
| Eet- en drinkgelegenheden | 3% |
CBS-onderzoek ICT-gebruik bij bedrijven, verslagjaar 2025, onder bedrijven met 10 of meer werkzame personen. De uitkomsten voor 2025 zijn voorlopig. Bedrijfstak 391600, indicator NaturalLanguageGeneration_56.
Welke functies sluiten aan op ondersteuning bij tekstproductie?
Binnen Informatie en communicatie is ‘Natural language generation’ gemeten op 51 procent. Daar liggen twee andere toepassingen bij in de buurt: een meertalige website op 51 procent en tekst analyseren voor contentonderzoek op 51 procent. Aan de andere kant van de vergelijking staat een bruikbare eigen website op 96 procent. Tussen dat laatste percentage en 51 procent zitten 45 procentpunt. Voor ondersteuning bij tekstproductie volgt daar een inhoudelijke keuze uit. Welke van die toepassingen raakt daadwerkelijk de ervaring van een redacteur die een eerste versie aan de hand van een echte bron controleert?
De plaats van Informatie en communicatie tussen andere bedrijven
De vergelijking van Informatie en communicatie voor ‘Natural language generation’ bestrijkt 49 branchecategorieën met een gepubliceerde uitkomst. Bij Groothandel en handelsbemiddeling staat 16 procent en bij IT- en informatiedienstverlening 53 procent. De eerstvolgende hogere meetwaarde is 53 procent bij IT- en informatiedienstverlening. Direct onder 51 procent staat 48 procent bij ICT-sector. Voor Informatie en communicatie blijkt 51 procent binnen deze vergelijking een afzonderlijke meetwaarde. Bedrijfstakken kunnen elkaar gedeeltelijk omvatten; dit is een overzicht van gerapporteerde categorieën, geen optelsom van verschillende bedrijven.
Afstanden tot het bedrijfstaktotaal
Kijk nu naar de positie van Informatie en communicatie tegenover het bedrijfstaktotaal. Voor tekst analyseren voor contentonderzoek bedraagt het verschil +29 procentpunt (51 procent tegenover 22 procent). Bij een bestelling kunnen volgen staan juist 10 procent en 10 procent dicht bij elkaar. Voor ondersteuning bij tekstproductie is het verschil +35 procentpunt. Als een opdrachtgever uit Informatie en communicatie al werkt met een meertalige website, vraag dan bij de intake hoe ‘Natural language generation’ daar in de praktijk op zou aansluiten.
Een concrete studioproef voor Informatie en communicatie
Een mogelijke proefopdracht voor Informatie en communicatie begint met een update van een zakelijke informatiedienst. De hoofdpersoon in de briefing is een gebruiker die wil weten waar een bekende instelling is gebleven. Voor ondersteuning bij tekstproductie krijgt de maker een tweeluik: eerst de oude en de nieuwe plaats van de instelling, daarna een afsluitende schermopname met de nieuwe keuze. Dat is een fictieve productiesituatie, uitgewerkt om een redacteur die een eerste versie aan de hand van een echte bron controleert concreet te maken. Kan een proeflezer aan het tweede beeld aanwijzen wat in het eerste beeld nog onduidelijk was?
Leg de uitkomst naast de eigenlijke taak: maak de onderliggende bron voor iedere specifieke bewering terugvindbaar. Als de tester bij een update van een zakelijke informatiedienst blijft hangen door een goedlopende formulering waarvoor geen onderbouwing bestaat, is dat een aanwijzing voor een aanpassing van de productie. Het aandeel van 51 procent voor natural language generation in Informatie en communicatie blijft daarbij een afzonderlijke branchemeting. Laat een gebruiker die wil weten waar een bekende instelling is gebleven in de testvariant eerst de oude en de nieuwe plaats van de instelling aanwijzen voordat je besluit meer materiaal te maken over een meertalige website.



