| Onderzochte bedrijven | Aandeel |
|---|---|
| Gezondheids- en welzijnszorg | 80% |
| Vergelijkingsgroep CBS | 82% |
| Eet- en drinkgelegenheden | 80% |
| Vervoer en opslag | 72% |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 96% |
CBS-onderzoek ICT-gebruik bij bedrijven, verslagjaar 2025, onder bedrijven met 10 of meer werkzame personen. De uitkomsten voor 2025 zijn voorlopig. Bedrijfstak 422400, indicator SocialeNetwerkenBijvFacebook_25.
Welke functies sluiten aan op publiceren op sociale netwerken?
Binnen Gezondheids- en welzijnszorg is ‘Sociale netwerken (bijv. Facebook)’ gemeten op 80 procent. Daar liggen twee andere toepassingen bij in de buurt: sociale media als publicatiekanaal op 81 procent en productbeschrijvingen en prijslijsten op 83 procent. Aan de andere kant van de vergelijking staat een product online aanpassen op 2 procent. Tussen dat laatste percentage en 80 procent zitten 78 procentpunt. Voor publiceren op sociale netwerken volgt daar een inhoudelijke keuze uit. Welke van die toepassingen raakt daadwerkelijk de ervaring van een lezer die slechts het losse bericht in de feed ziet?
De plaats van Gezondheids- en welzijnszorg tussen andere bedrijven
De vergelijking van Gezondheids- en welzijnszorg voor ‘Sociale netwerken (bijv. Facebook)’ bestrijkt 51 branchecategorieën met een gepubliceerde uitkomst. Bij Financiële dienstverlening staat 85 procent en bij Eet- en drinkgelegenheden 80 procent. De eerstvolgende hogere meetwaarde is 81 procent bij Horeca. Direct onder 80 procent staat 79 procent bij Detailhandel (niet in auto's). Een afgerond gelijk percentage komt voor bij Eet- en drinkgelegenheden. Bedrijfstakken kunnen elkaar gedeeltelijk omvatten; dit is een overzicht van gerapporteerde categorieën, geen optelsom van verschillende bedrijven.
Afstanden tot het bedrijfstaktotaal
Kijk nu naar de positie van Gezondheids- en welzijnszorg tegenover het bedrijfstaktotaal. Voor een meertalige website bedraagt het verschil -18 procentpunt (18 procent tegenover 36 procent). Bij beeld en video delen staan juist 46 procent en 47 procent dicht bij elkaar. Voor publiceren op sociale netwerken is het verschil -2 procentpunt. Als een opdrachtgever uit Gezondheids- en welzijnszorg al werkt met sociale media als publicatiekanaal, vraag dan bij de intake hoe ‘Sociale netwerken (bijv. Facebook)’ daar in de praktijk op zou aansluiten.
Een concrete studioproef voor Gezondheids- en welzijnszorg
Een mogelijke proefopdracht voor Gezondheids- en welzijnszorg begint met een demonstratie van de aanmeldprocedure. De hoofdpersoon in de briefing is een bezoeker die de juiste ingang en balie zoekt. Voor publiceren op sociale netwerken krijgt de maker een tweeluik: eerst het zicht vanaf een laag standpunt bij de ingang, daarna een duidelijk herkenbaar aanspreekpunt zonder cliënt in beeld. Dat is een fictieve productiesituatie, uitgewerkt om een lezer die slechts het losse bericht in de feed ziet concreet te maken. Kan een proeflezer aan het tweede beeld aanwijzen wat in het eerste beeld nog onduidelijk was?
Leg de uitkomst naast de eigenlijke taak: controleer of beeld, bijschrift en afzender samen het onderwerp uitleggen. Als de tester bij een demonstratie van de aanmeldprocedure blijft hangen door een campagnezin die alleen op de profielpagina betekenis krijgt, is dat een aanwijzing voor een aanpassing van de productie. Het aandeel van 80 procent voor sociale netwerken (bijv. facebook) in Gezondheids- en welzijnszorg blijft daarbij een afzonderlijke branchemeting. Laat een bezoeker die de juiste ingang en balie zoekt in de testvariant eerst het zicht vanaf een laag standpunt bij de ingang aanwijzen voordat je besluit meer materiaal te maken over sociale media als publicatiekanaal.



